Selecteer een pagina

Over Kelly

“Ik wilde meedraaien in de ‘normale’ wereld, liet me niet tegenhouden. Het is juist goed om met valide sporters mee te doen. Je legt de lat hoger. Wie met de validen meespeelt, heeft altijd nét iets extra’s, kan net iets meer.”

Kelly van Zon (15 september 1987) begint op 8-jarige leeftijd met tafeltennissen. Haar vader was tot haar geboorte lid bij de lokale vereniging in Dongen en daar gaat Kelly ook spelen. “Ik deed ook tennis, karate en zwemmen, maar in tafeltennis merkte ik dat ik met de valide spelers mee kon komen. En dat kan ik nog steeds; ik speel nog altijd eredivisie.”

Via haar trainster in Dongen komt Kelly als 14-jarige in contact met de bondscoach paratafeltennis. Aanvankelijk wil ze er niks mee te maken hebben. “Ik voelde me helemaal niet gehandicapt. Ik ben gaan kijken, maar op de terugweg zei ik al tegen mijn vader: dat ga ik écht niet doen! Met al die gehandicapten heb ik toch niks te maken?

Maar we zijn toch nog een keer gaan kijken en toen zag ik pas hoe goed ze waren – ondanks hun handicap. Ze vertelden over de toernooien die ze speelden, waar ze allemaal naartoe reisden om die toernooien te spelen. En toen vond ik het toch interessant.

Kelly heeft sinds haar geboorte een heupafwijking en een verschil in beenlengte van elf centimeter. Daarnaast heeft ze verminderde spierfuncties in haar linkerbeen.

Geboren: 15 september 1987
Bijnaam: Kellaai
Woonplaats: Dongen/Arnhem
.
Coach: Johan Lieftink

Beijing 2008
De Paralympische Spelen in Athene (2004) komen net te vroeg voor Kelly; Beijing 2008 wordt haar grote doel. Ze gaat acht maanden fulltime trainen, klimt in die periode voor het eerst naar de top van de wereldranglijst en komt uiteindelijk – teleurgesteld – thuis met brons. “Dat was niet waarvoor ik gekomen ben”, zegt ze. “Na die Spelen ben ik gaan studeren. Dat was een logische stap na het afronden van mijn middelbare school.”

Die studie bevalt niet, ze stopt en gaat fulltime trainen met coach Johan Lieftink. Drie jaar later wint ze paralympisch goud in Londen. “Daarna kwam ik in een zwart gat. Ik had alles gewonnen wat er te winnen viel, wilde afstand nemen van de sport, ging weer studeren. Maar daar voelde ik me helemaal niet lekker bij. Van keihard werken, veel adrenaline, was ik ineens student. Ik was mijn normale ritme kwijt.

Ritme kwijt
Ik ben naar mijn huisarts gegaan en we zijn gaan zoeken naar wat er aan de hand was. Op het moment dat ik stopte met mijn studie en weer fulltime ging tafeltennissen, was het over. Dat was de oplossing. Sindsdien speel ik weer fulltime.”

Op de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro verovert Kelly haar tweede gouden medaille. Een emotioneel moment na de rollercoaster die de jaren ervoor waren. En nu, aan de vooravond van Tokio 2020, is haar doel helder: een derde keer goud. Al zal ze het nooit hardop uitspreken.

Tokio 2020
“Het zou gek zijn als ik niet voor goud zou willen gaan. Natuurlijk zou zilver een teleurstelling zijn. Als ik helemaal geen medaille haal, zou dat verschrikkelijk zijn. Ik ben favoriet. Maar tegelijkertijd weet ik dat elk jaar, elk toernooi anders is en er van alles kan gebeuren. Het enige dat ik in de hand heb, is dat ik er alles aan doe, een goede voorbereiding draai, topfit en in vorm in Tokio kom, er keihard voor werk en voor het maximale ga.”

Ga voor het maximale
“En dat is ook precies wat ik alle ouders met een kind met een handicap mee wil geven: ga voor het maximale. Ga niet meteen de gehandicaptenwereld in. Probeer eerst de ‘normale’ weg: voor sport, maar ook voor bijvoorbeeld school. Probeer het gewoon, er zijn altijd aanpassingen mogelijk en lukt het niet, kun je altijd nog terug. Maar leg je grenzen altijd verder!”